Hoogbegaafd en nu?

Wat je hier gaat lezen, is eigenlijk mijn verhaal. Dit is precies wat ik heb meegemaakt. Nu meer dan 3 jaar geleden…

Positief getest voor hoogbegaafdheid, wat nu?

Irene loopt samen met haar partner weg van de praktijk waar ze net het eindgesprek hebben gehad met de persoon Sofie heeft getest. Irene haar hoofd lijkt wel gevuld met watten. Het voelt onecht, alsof ze er niet is. ‘Eindelijk. Zie je wel, ik voelde het al die tijd al goed aan. Er is inderdaad iets ‘anders’ aan haar.’

Irene vertelt: ‘Weken, maanden of zelfs jaren ben ik al aan het zoeken. Geworstel thuis in de opvoeding, de gesprekken op school en met andere ouders. ‘Herkennen jullie dit ook?’ Adviezen over ad(h)d, autisme, pdd nos en andere aanverwanten. Dyslexie en hooggevoeligheid kwamen ook vaak om de hoek kijken.

Alle opvoedtips die wij kregen, hebben we toegepast. Ze lijken soms te werken, maar helaas blijkt dat niet van lange duur te zijn. Ligt het aan mij, wat doe ik verkeerd? Op school zien ze wel een slim meisje, maar met toetsen of de cito laat ze het niet zien. Ook laat ze wat kenmerken van faalangst zien. Extra werk neemt zij liever ook niet aan, dus hoogbegaafd dat is mijn kind zeker niet. Hoogbegaafden leren makkelijk, houden van uitdaging en halen hogen cijfers omdat ze overal goed in zijn.

Voordat Sofie naar de kleuterschool ging kon ze al letters herkennen en tellen tot 20, alle auto merken herkennen en tekende de mooiste gedetailleerde tekeningen. Dit was in de kleuterklas allemaal weer verdwenen. Alle kennis die er was, was weggezakt.

En dan lees ik ook nog eens dat het erfelijk is. Ik kan het niet hebben, misschien heeft ze het van haar vader. Maar die heeft ook geen hoge opleiding, dus hoogbegaafdheid kan het niet zijn. Sofie is altijd bezig, ze praat veel en is enthousiast. Ze heeft de meest fantastische ideeën, waarvan ik denk: ‘hoe kom je erop?’. Ze stelt veel vragen en kan soms ook brutaal zijn. Ze houdt niet van wachten op haar beurt. Toen ze net in groep 3 zat heeft ze echt moeten leren om haar vinger op te steken en op haar stoel te blijven zitten. Wanneer ze niet op tijd eet, wordt ze knorrig. Ik zorg altijd dat ik iets te eten mee heb voor haar. Wanneer er iets anders gaat dan ze in haar hoofd heeft, dan is de kamer te klein. Dan vindt ze het erg lastig om te accepteren dat het anders gaat. Op school luistert ze nu heel goed naar de meester en heeft altijd alles netjes af. Ze heeft niet zoveel vrienden en speelt het liefst met haar broertje. Hij is 1,5 jaar jonger dan zij.

Soms als ze thuis komt van school, dan zie ik het al aan haar gezicht. Die staat dan op onweer. Als ik dan vraag: ’hoe was het op school?’ dan zegt ze ‘leuk’, terwijl ik aan haar zie dat er iets is. ‘Ik heb even geen zin om te praten’, zegt ze dan vaak. Als we thuis zijn dan heeft ze een kort lontje en gooit met de deuren. Of ik heb het steeds gedaan, dan kan ik niets goed doen. Hier word ik vaak wel verdrietig om, maar ik laat niets merken.

Print Friendly, PDF & Email